Pers verzuimt Washingtons inmenging in Haïti te melden

Op de Amerikaanse mediawebsite FAIR (Fairness & Accuracy In Reporting) (29 juni 2019) analyseert Jane Regan de verslaggeving over de groeiende crisis in Haïti. In tegenstelling tot hun verontwaardiging over de toestand in Venezuela, schijnt de Haïtiaanse corruptie en staatsgeweld de VS niet te beroeren, integendeel. De huidige Haïtiaanse president staat onder hun bescherming. En die van de Amerikaanse mediabedrijven.

Foto: “Haiti Election Protests” by digital.democracy CC BY-NC-SA 2.0

Tienduizenden mensen gingen in het hele land de straat op om te demonstreren om de corruptie van de overheid, politie- en bendegeweld, moord en een snel dalende economie aan de kaak te stellen. Zij riepen de regering op om af te treden.

Als dit Venezuela was, zoals recente FAIR-analyses uitwezen, zouden journalisten van de elitaire media en commentatoren het hele verhaal vertellen. Ze onderschrijven immers al meer dan een decennium lang de flagrante en herhaalde imperialistische plannen en interventies van Washington in dat land.

Maar dit is Venezuela niet. Het is Haïti.

Niet dat Washington altijd gekant was tegen ‘regime change’ in ’s werelds eerste zwarte republiek. In voorgaande decennia hebben de presidenten Bush ‘père et fils’ tweemaal, in 1991 en 2004, staatsgrepen goedgekeurd en gesteund tegen de Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide, een linkse populist gekozen in de eerste vrije verkiezingen van het land. Net als met Iran en Venezuela, waren dat, wat Jeremy Scahill van The Intercept (2/20/19) ‘Regime Change We Can Believe In’ noemde.

Maar in tegenstelling tot Aristide, en in tegenstelling tot Venezuela’s president Nicolás Maduro, is president Jovenel Moïse de “man van Washington in Port-au-Prince.” Hij was persoonlijk uitgekozen door Michael “Sweet Mickey” Martelly, de vorige door Washington goedgekeurde president, en had beloofd zijn neoliberale beleid “Haïti staat open voor bedrijven” te volgen.

Is dat de reden waarom de grote mediabedrijven niet staan te roepen om het vervangen van de Haïtiaanse regering? In ieder geval doen ze heel weinig om het Amerikaanse publiek te informeren over de steeds erger wordende crisis in dat land, niet in de laatste plaats veroorzaakt door het tweemaal omverwerpen van Aristide en een reeks schadelijke, door de VS opgelegde ‘vrijhandels’ beleidslijnen, eind jaren tachtig.

Het maakt niet uit dat tienduizenden de straat op zijn gegaan. Moïse blijft.

Hoewel de Haïtiaanse verkiezingen in 2016 grotendeels in diskrediet waren gebracht, en slechts 21 procent van de bevolking zelfs maar de moeite nam om te stemmen – “de laagste participatiegraad voor nationale verkiezingen op het westelijk halfrond sinds 1945”, volgens een rapport van het Instituut voor Justitie en Democratie in Haïti – heeft de Amerikaanse regering Moïse steeds gesteund.

Ondanks dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken reizigers waarschuwt voor “misdaad, burgerlijke onrust en ontvoering”; ondanks dat Moïse door zijn eigen overheidsonderzoekers is beschuldigd van het profiteren van een “frauduleuze intrige” verband houdend met het Venezolaanse Petrocaribe-programma, dat miljarden dollars aan projecten na de aardbeving financierde; ondanks dat de economie blijft verslechteren, met veel openbare instellingen langer dan een week gesloten en overheidspersoneel langer dan een maand onbetaald; ondanks dat de VN zegt dat het land een “humanitaire crisis” doormaakt; ondanks dat geweld en wetteloosheid stijgen (een recent VN-rapport impliceert dat de politie aanwezig was bij het “La Saline bloedbad”, dat bestond uit het vermoorden en afhakken van ledematen van minstens 26 mensen en twee groepsverkrachtingen in een van de arme buurten van de hoofdstad), en ondanks dat de massale protesten tegen het corruptieschandaal van Petrocaribe meer dan enkel demonstraties zijn – ze zijn een ‘opstand’.

Toegegeven, enkele corporate media-uitgevers, zoals de Miami Herald (6/4/19) en NPR (6/11/19), hebben goede verhalen geschreven over de protesten en het schandaal, evenals over het “La Saline bloedbad”.

Maar de meeste nieuwsmedia nemen zelfs geen AP (Associated Press) verhalen op en afgezien van enkele opiniestukken, is de berichtgeving niet erg diepgravend.

Anonieme bron

Erger nog, het artikel in de Miami Herald van 19 juni over een “fact finding” delegatie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) richtte veel meer schade aan dan alleen maar oppervlakkige berichtgeving. Verslaggever Jacqueline Charles fungeerde als een informatietransportband voor het VS-imperium toen ze een naamloze OAS “official” citeerde die meer deed dan “feiten vinden”.

De kop van het artikel “OAS maant de oppositie van Haïti om op te houden” – citeerde de anonieme official zeven keer, daarmee de oppositie en protestbeweging hun marsorders gevend. “Als je Moïse niet ziet zitten, is de oplossing hem te verslaan in het stemlokaal,” citeerde Charles de official. “We zullen hem niet vragen om af te treden.”

Dat is grappig; niet zo lang geleden heeft de OAS een president gevraagd ontslag te nemen.

Op 19 januari stemde de organisatie voor het “niet erkennen” van Maduro als president van Venezuela, met de verklaring dat zijn verkiezing ongeldig was en dat zij bezorgd was “over de verslechterende politieke, economische, sociale en humanitaire crisis in Venezuela als gevolg van de ineenstorting van de democratische orde en de ernstige mensenrechtenschendingen.”

Die waslijst kan moeiteloos op Haïti worden toegepast. Maar de boodschap die de OAS via de Miami Herald naar Haïti stuurde, was het tegenovergestelde.

Maar was dat echt een bericht van de OAS? Of was het afkomstig van de baas van het halfrond?

Minstens een van de ambassadeurs van de organisatie, Sir Ronald Sanders van Antigua, schreef gedurende het weekend een verklaring om de delegatie aan te klagen en zei dat het niet officieel was en een formeel mandaat van de organisatie ontbeerde. Hij merkte op dat het duidde op een toenemend ‘patroon van het negeren van bestaande procedures en autoriteit’.

Zoals te verwachten viel, werden de bezoekers – die de president achter gesloten deuren ontmoetten en vervolgens vertrokken zonder een officiële verklaring af te leggen – geleid door de VS ambassadeur Carlos Trujillo. Punt gescoord voor het imperium?

Tegen de tijd dat de brief van de ambassadeur van Antigua enkele Haïtiaanse mediakanalen bereikte, was de ‘primeur’ – of beter gezegd het waterdragen – van de Miami Herald vertaald en verspreid door het hele land.

Haïtiaanse en buitenlandse lezers en kijkers zouden zoveel beter kunnen worden bediend als de corporate media het advies van hun eigen ethische codes zouden kunnen opvolgen, zoals die van de Society for Professional Journalists, die zegt: “zoek de waarheid en rapporteer die”, “breng geen schade toe” en “overweeg de motieven van bronnen voor ze anonimiteit te beloven.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s