We verlangen naar een groots verhaal dat ons bevrijdt

“Vakbonden zijn ouderwets en gecorrumpeerd. Ze kunnen niets veranderen.” Dit is de mening van heel wat jonge activisten die zich liever op andere manieren organiseren. Of helemaal niet. Ook Daria Bogdanska heeft lange tijd geen aandacht besteed aan vakbonden, ook al ging ze herhaaldelijk in de clinch met haar werkgevers. Totdat ze naar Zweden verhuisde en met de hulp van de syndicalistische SAC een overwinning behaalde. Ze heeft haar ervaringen verwerkt in de graphic novel “Wage Slaves” (‘Loonslaven’, noot vert.). Hieronder een interview van Gabriel Kuhn met haar op de Duitse website AK (Analyse und Kritik)

Afbeelding: Daria Bogdanska ‘Wage Slaves’ graphic novel, Conundrum International 2019. 200 pagina’s

Je boek “Wage Slaves” kwam in 2016 in het Zweeds uit. Waarover gaat het boek?

Daria Bogdanska: “Wage Slaves” is een autobiografische graphic novel over mijn eerste jaar in Zweden. Ik ben daarheen verhuisd om naar een school voor cartoonisten te gaan. Ik beschrijf mijn dagelijks leven als een migrant: Hoe kom je tot je recht in een land waarvan je de taal niet spreekt? Hoe vind je vrienden? En hoe bouw je een nieuw leven op voor jezelf? En het gaat erom hoe je je onder deze omstandigheden via de vakbond kunt organiseren.

Had je enige ervaring met vakbondswerk voordat je naar Zweden kwam?

Nee. Ik ben wel betrokken geweest bij diverse linkse en feministische projecten en heb herhaaldelijk problemen op het werk aan de orde gesteld, maar ik ben nooit lid geweest van een vakbond. In Warschau heb ik een fonds opgericht voor fietskoeriers. Dat is alweer bijna tien jaar geleden, toen fietskoeriers vooral documenten afleverden en geen maaltijden. Onze werkomstandigheden waren rampzalig. We hadden geen contract, geen ongevallen- of ziektekostenverzekering. Als we een probleem hadden met de fiets, stonden we er helemaal alleen voor. Daarom heb ik toen een fonds in het leven geroepen waarin de leden een bijdrage konden storten, zodat er in dergelijke gevallen gemeenschappelijke middelen beschikbaar zouden zijn. Een verzekering in zelfbeheer dus. Het “Warschauer Noodfonds voor Fietskoeriers” bestaat nog steeds.

Waaruit put je de kracht om je te verzetten tegen onrecht op het werk? Tienduizenden mensen bevinden zich in vergelijkbare omstandigheden.

Wat oudere vakbondsactivisten zelden begrijpen, is hoe zinloos vakbonden lijken voor de meeste jongeren. Ze worden gezien als onderdeel van een systeem dat ons elke dag belazert; vastgeroeste instellingen die niets veranderen en geen voeling hebben met de realiteit van ons leven. Ik had nog nooit een arbeidscontract getekend voordat ik 29 jaar oud werd, ofschoon ik, zoals zoveel mensen uit mijn generatie, al tig verschillende baantjes heb gehad. Voordat ik naar Zweden kwam, is het nooit bij me opgekomen om me bij een vakbond aan te sluiten.

Wat was er anders in Zweden?

Er is hier nog een relatief sterk bewustzijn aangaande de betekenis van een vakbondsorganisatie. Ook in mijn generatie. Het is hier niet uncool als jongeren zich vakbondsgewijs organiseren. Er bestaat nog steeds de overtuiging dat dit kan bijdragen aan een maatschappelijke verandering. En de mensen hebben gelijk. In mijn leven ben ik steeds weer met mijn collega’s naar de baas gestapt om hogere lonen te eisen. Het antwoord was telkens hetzelfde: “Als het u niet bevalt, dan is daar de deur. Mensen staan hier in de rij om voor jouw loon te werken.” Zonder vakbond kan je tegen dat soort toestanden weinig uitrichten. Daarnaast kwamen er in Malmö nog specifieke omstandigheden bovenop.

En dat waren?

Ik merkte dat er verschillende salarissen werden betaald op mijn werkplek. Werknemers uit Zuid-Azië ontvingen vijf euro per uur, ik zes en Zweedse collega’s zeven. Structureel racisme speelt hierbij een rol, maar etniciteit alleen was niet doorslaggevend. Mijn baas kwam uit Bangladesh. Het was gewoon een voorbeeld van de wetten van de kapitalistische uitbuiting: hoe wanhopiger en afhankelijker je bent, hoe meer je loon zal worden verlaagd. De werknemers uit Zuid-Azië waren afhankelijk van hun baas en moesten schulden afbetalen die ze hadden aangegaan om überhaupt naar Zweden te komen. De Zweedse werknemers daarentegen hadden de baan niet echt nodig. Het waren vaak studenten die op een beetje extra geld en gratis drank uit waren. Ik zat er ergens tussenin. Ik vond de hele gang van zaken walgelijk en vond dat ik iets moest doen.

En dus stapte je naar de vakbond?

Ja, maar de meeste vakbonden wilden niets met mij te maken hebben. Ik had geen arbeidscontract en geen fiscaal nummer. Het enige wat ik steeds te horen kreeg was: “Vraag een fiscaal nummer aan en teken een arbeidscontract, dan kun je hier terugkomen”. De enige vakbond die geïnteresseerd was in mijn zaak was de SAC.

De Zweedse syndicalisten?

Ja.

Maar ook daar waren de eerste ontmoetingen wederom teleurstellend.

De SAC is een relatief kleine vakbond met 3000 leden. De actieve kern, is nog veel kleiner. De mensen zijn daar vaak uitgeput en gedesillusioneerd. Dat was ook mijn eerste indruk toen ik contact opnam met de lokale groep in Malmö.

Toch gaf je de SAC een kans?

Ik had eigenlijk niet veel keus. Bij de SAC luisterden ze tenminste naar me. Voor mij was het belangrijk dat ik via vrienden in contact kon komen met mensen van de SAC in het hele land. Er waren er enkele die mij zeer behulpzaam waren. Deze mensen hebben me echt aangemoedigd. Dankzij hun steun ben ik sterker gaan geloven dat de strijd tegen de onrechtvaardigheid op mijn werkplek zich echt zou kunnen uitbetalen.

Wat het uiteindelijk ook deed, maar laten we hier niet te veel over verklappen. Laten we bij de SAC blijven: Je bent daar nu zelf actief. Klopt het dat je ondertussen in het bestuur zit van de lokale groep in Malmö?

In hemelsnaam, gelukkig niet nee! Ik ben een waardeloze bureaucraat. Ik ben erg blij dat er mensen zijn die dit werk doen. Dat werk moet gedaan worden. Maar het is niets voor mij. Het heeft me meerdere jaren gekost om de organisatiestructuur van de SAC te doorgronden. Comités, vergaderingen, agenda’s – alles is zo formeel. Het was niet gemakkelijk om mijn plaats te vinden.

Maar je bent ook betrokken geraakt bij een campagne in Malmö die landelijk model staat voor de SAC: de “Nieuwe Arbeidersbeweging”. Kun je ons daar over meer vertellen?

Het uitgangspunt was een eenvoudige inventarisatie: de gevestigde vakbonden verliezen steeds meer invloed en kunnen veel van de huidige werknemers – jong, precair, migrant – geen plaats bieden. Dat is eigenlijk een grote kans voor organisaties als de SAC, maar dat wordt niet gezien. Waarom? Want ook binnen de SAC passen ze zich niet aan de nieuwe situatie aan.

En hoe doe je dat dan?

We hebben het over verschillende niveaus: Ten eerste heb je een identiteit nodig die mensen aantrekt. De SAC zorgt voor zeer belangrijke zaken. Maar alleen is dat vandaag de dag niet voldoende om als organisatie aantrekkelijk te zijn. Er moeten dingen gebeuren, de organisatie moet zichtbaar zijn, er moet actie worden ondernomen. Ten tweede moet er een andere organisatiestructuur komen. Het moet veel gemakkelijker worden om voet aan de grond te krijgen in de organisatie. Er moeten campagnes zijn waar je direct bij betrokken kunt raken, ook al heb je geen idee van de syndicalistische geschiedenis of het Zweedse arbeidsrecht. Tot slot is er een andere organisatiecultuur nodig: We moeten open en gastvrij zijn, mensen met elkaar verbinden en voor elkaar zorg dragen.

Wat is er precies “nieuw” aan de Nieuwe Arbeidersbeweging?

Dit is op de eerste plaats een PR-truc. Zoals ik al zei, je moet de aandacht op jezelf vestigen. Dit is niet eenvoudig in een wereld met oneindige informatiestromen. “Nieuwe Arbeidersbeweging” klinkt spannend. Maar het kan ook inhoudelijk worden ingevuld. Het gaat er bijvoorbeeld om tot wie we ons wenden en hoe. We hebben werknemersorganisaties nodig die aansluiten bij de realiteit van de huidige arbeidersklasse. Dit geldt ook voor veel vrouwen en migranten. Het moet voor hen duidelijk zijn dat deze organisatie hen vertegenwoordigt. Esthetische aspecten zijn bijzonder belangrijk: hoe presenteren we ons in het openbaar? We kunnen denken wat we willen van sociale media, maar als we ze niet benutten, hebben we verloren. Zonder deze media is het onmogelijk om de jongere generaties te bereiken. Visuele communicatie is het Alpha en Omega. Organisaties die geen gelijke tred houden met deze ontwikkelingen zullen niet overleven.

Toen ik je om het interview vroeg, zei je: “Prima, ik praat graag over klassenpolitiek 2.0”. Is klassenpolitiek 2.0 hetzelfde als de Nieuwe Arbeidersbeweging?

Nee. De Nieuwe Arbeidersbeweging is een campagne die in Malmö loopt. Het gaat allemaal om concrete zaken: Waar zal de volgende bijeenkomst plaatsvinden? Welke videoclip moeten we lanceren? Klassenpolitiek is als zodanig veel groter. Het gaat dan om andere vragen: hoe ziet de arbeidersklasse er vandaag de dag uit? Is deze homogeen? Een massa? Bestaat ze überhaupt nog?

En?

Natuurlijk bestaat de arbeidersklasse nog steeds. Maar links hemelt deze vaak te veel op. Klassennostalgie is een linkse ondeugd. Men rouwt om een arbeidersbeweging uit het verleden en bedient zich van weemoedige taal. Er wordt gesproken over “productieverhoudingen” en “proletarisch bewustzijn”. Maar daarmee krijg je vandaag de dag echt niemand meer uit zijn kot. Om dingen in beweging te zetten, is er behoefte aan een ander narratief.

En hoe zie jij dat dan?

We horen vaak hoe cynisch de huidige jeugd wel niet is. Het zou hen alleen nog om ironie gaan, niets zou serieus genomen worden. Maar in werkelijkheid is dit een zelfverdedigingsmechanisme. We weten dat we geen toekomst hebben, maar niet wat we er tegen kunnen doen. Daarom lachen we er maar om. Maar in werkelijkheid verlangen we naar waarachtigheid, naar een groot verhaal dat ons bevrijdt. We willen dat iemand ons door elkaar komt schudden en zegt: “Nee, niet alles is relatief. Het gaat niet altijd om jou!” Dat verlangen vindt je ook terug in de huidige popcultuur, die uit niets anders bestaat dan remakes. Alleen als we dit verlangen weten te vangen en naar jongeren in hun eigen taal te communiceren, kunnen we hen voor organisaties winnen. De meeste mensen weten heel goed wat onzekerheid, precarisering en verarming is. Ze ervaren dat elke dag aan den lijve. Niemand hoeft het “Communistisch Manifest” te citeren om hen dat uit te leggen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben zelf marxist. Maar we moeten handelen in het hier en nu.

Wat betekent dit voor ons begrip van de arbeidersklasse?

We zijn allemaal gehersenspoeld. Mensen geloven werkelijk, dat ze ooit ook rijk zullen zijn. Maar de waarheid is dat de meesten van ons dat nooit zullen worden. We zullen ons hele leven gedwongen worden om hard te werken. De vraag is: accepteren we dat of nemen we ons leven in eigen hand? Er is één ding dat me hoop geeft, ook al lijkt het op het eerste gezicht paradoxaal: klassenbewustzijn is ontzettend belangrijk om onze samenleving en onze eigen positie daarin te begrijpen. Maar ik vind het positief dat jonge mensen hun identiteit niet uitsluitend definiëren als werknemer. Dat kan ze opsluiten in categorieën die we uiteindelijk moeten overwinnen. We willen immers een samenleving opbouwen waarin niemand moet ploeteren. Als we daarin slagen, zijn we thuis.

vertaling van: Wir sehnen uns nach einer großen Erzählung, die uns befreit door Gabriel Kuhn

Daria Bogdanska groeide op in Warschau, speelde in punkbands en werkte overal en nergens: kleuterleidster, fietsenmaker en serveerster. Na een verblijf in verschillende Europese landen, verhuisde ze in 2013 naar Malmö om er een centrum voor volwasseneneducatie voor stripkunstenaars te bezoeken.

“Wage Slaves: Het eerste jaar in Zweden”

De graphic novel “Wage Slaves” beschrijft het eerste jaar van Daria Bogdanska in Zweden: De moeilijkheden die ze ondervond in de bureaucratische jungle, de frustrerende zoektocht naar werk en de uitdagingen bij het uitbouwen van nieuwe persoonlijke relaties. Een centraal thema is Daria’s strijd om de medewerkers van het restaurant waar ze werkt te organiseren en het daaruit voortvloeiende conflict met haar baas, dat ze wint met de steun van een toegewijde journalist en de syndicalistische vakbond SAC. Het verhaal illustreert het potentieel van het organiseren aan de basis, maar ook de moed die daarvoor nodig is. “Wage Slaves” is onderhoudend, inspirerend en ontroerend tegelijk.

Daria Bogdanska: Wage Slaves, vertaling uit het Zweeds naar het Engels door Hanna Strömberg, Conundrum International 2019. 200 pagina’s
https://www.conundrumpress.com/new-titles/wage-slaves/
Bestellen: https://www.conundrumpress.com/contact/ zie “UK and EUROPE”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s