John Pilger over zijn bezoek aan Julian Assange in Belmarsh Prison

Afgelopen donderdag, 28 november 2019, vond in de volgepakte St Pancras New Church in Londen een grote bijeenkomst plaats ter verdediging van Julian Assange. Daarbij werden onder het motto: “Bevrijdt de Waarheid”, toespraken gehouden door onder anderen de speciale rapporteur van de VN inzake foltering Nils Melzer, de voormalige Britse ambassadeur Craig Murray, de voormalig diplomaat aan de Ecuadoraanse ambassade, Fidel Narvaez, en onderzoeksjournalist John Pilger, die inging op het bezoek dat hij die dag had gebracht aan Julian. Hieronder volgt de video en vertaling van zijn toespraak.

Foto: screenshot YouTube video Gordon Dimmack

Ik heb vandaag twee uur met Julian doorgebracht in de Belmarsh g­evangenis. En ik wil u graag een indruk geven van wat voor ervaring dat was, en wat Julian heeft te verduren. Je komt heel vroeg in de ochtend aan bij wat een bezoekerscentrum wordt genoemd. Hier geef je alles af, je paspoort, je portemonnee, creditcards, medische kaarten, telefoon, sleutels, pen en papier.

Ik heb twee brillen. Ik moest kiezen welke ik achter moest laten. Dat werd mijn leesbril. Vanaf nu kon ik niet meer lezen, net zoals Julian niet kon lezen in de eerste paar weken van zijn opsluiting. Zijn bril werd naar hem opgestuurd, maar kwam op onverklaarbare wijze pas maanden later aan.

Er bevinden zich grote tv-schermen in het bezoekerscentrum. De TV staat altijd aan, zo blijkt, met geluid. Spelprogramma’s, commercials voor auto’s, pizza’s en begrafenisarrangementen, zelfs TED gesprekken, ze lijken perfect voor een gevangenis: een soort visuele Valium.

Ik sloot aan in een wachtrij van verdrietige, angstige mensen, merendeels arme vrouwen, kinderen en oma’s. Bij de eerste balie, werden mijn vingerafdrukken afgenomen, als dat nog steeds het goede woord is voor biometrische testen. “Beide handen omlaag drukken!” kreeg ik te horen. Er verscheen een dossier over mij op het scherm.

Ik kon nu oversteken naar de hoofdpoort, die zich binnen de gevangenismuren bevond. De laatste keer dat ik in Belmarsh was om Julian te zien, regende het hard. Mijn paraplu was niet toegestaan buiten het bezoekerscentrum. Ik had de keuze om doorweekt te raken of als een gek te gaan rennen. Oma’s hebben dezelfde keuze.

Bij de tweede balie zei een ambtenaar achter de afzetting: “wat is dat?”

“Mijn horloge,” antwoordde ik schuldbewust.

“Breng het terug,” zei ze.

Heb medelijden met de claustrofoben

Dus rende ik terug door de regen en keerde net op tijd terug om opnieuw biometrisch te worden getest. Dit werd gevolgd door een volledige bodyscan en een uitgebreide fouillering. Voetzolen, mond open.

Bij elke halte schuifelde onze stille, gehoorzame groep in wat als een afgesloten ruimte bekendstaat, samengedrukt achter een gele lijn. Heb medelijden met de claustrofoben; een vrouw kneep haar ogen dicht.

Vervolgens werden we naar een andere verblijfsruimte gedirigeerd, alweer met ijzeren deuren die luid voor en achter ons werden afgesloten.

“Ga achter de gele lijn staan!” zei een stem zonder lichaam.

Een andere elektronische deur werd gedeeltelijk opengeschoven; we aarzelden wijselijk. Hij trilde, sloot zich en opende zich weer. Nog een wachtruimte, een andere balie, een ander refrein van “Laat je vinger zien!”

Toen stonden we in een lange kamer met vierkantjes op de vloer waarvan ons werd gezegd dat we erop moesten gaan staan, één tegelijk. Twee mannen met speurhonden arriveerden en deden hun werk, van voren en van achteren.

De honden snoven aan onze achterwerken en kwijlden op mijn hand. Toen gingen er nog meer deuren open, met een nieuw commando “Steek je pols uit!” Een brandmerk van een lazerstraal was ons toegangsbewijs naar een grote ruimte, waar de gevangenen in stilte zaten te wachten, tegenover lege stoelen. Aan de andere kant van de kamer zat Julian. Hij droeg een gele armband over zijn gevangeniskleren.

Als een gevangene in voorlopige hechtenis heeft hij het recht om zijn eigen kleren te dragen, maar toen de schurken hem in april uit de Ecuadoraanse ambassade sleepten, verhinderden ze hem een kleine tas met spullen mee te nemen. Zijn kleren zouden volgen, zeiden ze, maar net als zijn leesbril waren ze op mysterieuze wijze zoek geraakt.

“gezondheidszorg”

Julian is 22 uur per dag opgesloten in “gezondheidszorg.” Dat is niet echt een gevangenishospitaal, maar een plek waar hij kan worden geïsoleerd, van medicijnen voorzien en bespied. Ze beloeren hem elke 30 minuten: de ogen door de deur. Ze plegen dit ‘zelfmoordtoezicht’ te noemen.

In de aangrenzende cellen zitten veroordeelde moordenaars en iets verderop zit een geesteszieke man die ’s nachts schreeuwt. “Dit is mijn One Flew over the Cuckoo’s Nest,” zei Julian. “Therapie” is een incidenteel spelletje monopoly. Zijn enige verzekerde sociale samenzijn is de wekelijkse kerkdienst in de kapel. De priester, een vriendelijke man, is een vriend geworden. Laatst werd een gevangene in de kapel aangevallen; een vuist kraakte zijn achterhoofd terwijl er psalmen werden gezongen.

Toen we elkaar begroetten kon ik zijn ribben voelen. In zijn arm zitten geen spieren meer. Hij heeft sinds April misschien wel 10 tot 15 kilo verloren. Toen ik hem hier voor het eerst zag in mei, was het meest schokkende hoe veel ouder hij eruit zag.

“Ik denk dat ik gek ga worden”, zei hij toen.

Ik zei tegen hem: “Nee dat wordt je niet. Kijk hoe je ze angst aanjaagt, hoe krachtig je bent.”

Julians intellect, veerkracht en zwarte gevoel voor humor – dat alles onbekend bij de verachtelijke figuren die hem in diskrediet brengen – beschermen hem, denk ik. Hij is zwaar gekwetst, maar hij zal niet uit zijn bol gaan.

We kletsen, hij met zijn hand voor zijn mond om niet te worden afgeluisterd. Er hangen camera’s boven ons. In de Ecuadoraanse ambassade schreven we briefjes om met elkaar te praten en dekten deze af voor de camera’s boven ons.

Waar Big Brother ook is, hij is duidelijk bang.

happy-clappy

Op de muren hangen happy-clappy slogans die de gevangenen aansporen om de moed erin te houden en “gelukkig te zijn, de hoop niet op te geven en vaak te lachen.”

De enige lichaamsbeweging die hij heeft is op een kleine asfalt binnenplaats, omringd door hoge muren met nog meer happy-clappy adviezen om te genieten van “de grassprieten onder je voeten.” Er is echter geen gras.

Hem wordt nog steeds een laptop geweigerd en software waarmee hij de zaak tegen zijn uitlevering kan voorbereiden. Hij kan nog steeds niet bellen met zijn Amerikaanse advocaat, of met zijn familie in Australië.

De onophoudelijke kleinzieligheid van Belmarsh kleeft aan je als zweet. Als je te dicht voorover leunt naar de gevangene, maant een bewaker je om goed te gaan zitten. Als je het dekseltje van je koffiebekertje afhaalt, beveelt een bewaker je om het er weer op te doen. Je mag £ 10, meenemen om te besteden in een cafeetje, gerund door vrijwilligers. “Ik zou graag iets gezonds hebben,” zei Julian, een sandwich verslindend.

Ergens anders in de ruimte, maakten een gevangene en een vrouw, die bij hem op bezoek was, ruzie, wat een “domestic” wordt genoemd. Een bewaker kwam tussenbeide en de gevangene zei hem op te rotten.

Dit was het sein voor een groep bewakers, voornamelijk grote dikke mannen en vrouwen, die stonden te popelen om op hem in te slaan, hem op de grond te houden en vervolgens naar buiten te dragen. Een gevoel van gewelddadige tevredenheid hing in de muffe lucht.

Nu schreeuwden de bewakers de rest van ons toe dat het tijd was om te gaan. Met de vrouwen en kinderen en oma’s, begon ik de lange reis door het doolhof van afgesloten ruimtes en gele lijnen en biometrische haltes naar de hoofdingang. Toen ik de bezoekersruimte verliet, keek ik om, zoals ik altijd doe. Julian zat daar in z’n eentje, met zijn gebalde vuist omhoog.

Assange is een politieke gevangene

Op 12 december is er een verkiezing voor een nieuwe regering in Groot-Brittannië. Tijdens de campagne is er niet gerept over de journalist/uitgever die in de Belmarsh gevangenis zit, die politieke gevangene van Groot-Brittannië. Ik gebruik die uitdrukking niet lichtvaardig. Dit is geen agitprop, dit is een feit.

Het uitleveringsverdrag tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bevat een essentieel onderdeel dat zegt, en ik zal het parafraseren: “Niemand mag worden uitgeleverd indien het vergrijp dat hij/zij zou hebben gepleegd, op enige manier politiek is”

De zeventien aanklachten die zijn verzonnen tegen Julian Assange door de Verenigde Staten zijn gebaseerd op de Espionage Act uit 1917, wat een politieke wet was, die was aangenomen om gewetensbezwaarden tijdens de Eerste Wereldoorlog op te jagen. Dat wordt door niemand betwist. Dit is een uitdrukkelijk politieke wet, die hier wordt gebruikt tegen een journalist/uitgever, niet alleen om hem tot zwijgen te brengen, maar om de media en iedereen die de waarheid dreigt te onthullen, over de hele wereld, te intimideren

De aanklacht tegen Julian verwijst naar mede-samenzweerders. Nou, the Guardian is een mede-samenzweerder. The Daily Telegraph is een mede-samenzweerder, The New York Times is een mede-samenzweerder, El País in Spanje is een mede-samenzweerder, Der Spiegel in Duitsland is een mede-samenzweerder, The Sydney Morning Herald in Australië is een mede-samenzweerder. Zij allemaal – en vele anderen – publiceerden het uitgelekte bewijs van de Amerikaanse oorlogsmisdaden waar WikiLeaks de bron van was. De VS kan dan wel achter slechts één van hen, Julian Assange, aanzitten, maar de waarschuwing kan niet duidelijker zijn. Ze kunnen ook komen voor de rest, als vrije journalisten, vrije mensen, en ik durf te zeggen, als vrije overheden toestaan dat deze gewelddaad tegen rechtvaardigheid en democratie doorgaat.

Als Labour de verkiezingen gaat winnen, of een coalitie vormt op basis van een parlementaire meerderheid, kan de nieuwe regering doortastend optreden. Wanneer het uitleveringsproces voorbij is, heeft Diane Abbott, als ze minister van Binnenlandse Zaken wordt, de mogelijkheid om aan Julian Assange asiel te verlenen, en zij, of degene die Labours Minister van Binnenlandse Zaken wordt, moet dit doen en Jeremy Corbyn moet dit doen in de naam van gerechtigheid, vrijheid van meningsuiting, de vrije journalistiek en de vrijheid zelf.